www.surinamersindiaspora.net

Get the Adobe Flash Player to see this video.

 

Home
Van de webmaster
Republiek Suriname
Wie zijn... Wij Surinamers
Waarom wij vertrekken
Hier wonen en werken wij
Wij vertellen

Diaspora Toerisme
Resort Bakkie
Vliegtarieven
SrananPasi

Berichten in de media

 

Republiek Suriname

SURINAMERS IN DIASPORA 2013 |

 

 

Van vrij naar gekoloniseerd en opnieuw vrij als onafhankelijk Republiek Suriname

Suriname is een republiek en ligt in het werelddeel Zuid-Amerika. Paramaribo is de hoofdstad. Paramaribo is afgeleid van Parmurbo dat 'bloemenstad' betekent.

Het buurland Frans Guyana (tegenwoordig Guyane) ligt oostelijk van Suriname. In het zuiden grenst het aan Brazilië. Guyana is het Engelstalige buurland in het westen. Suriname, Frans Guyana en Guyana waren de drie Guyana's. Suriname heette tijdens de koloniale periode ook wel Nederlands Guyana en Guyana was vroeger Brits Guyana. Alleen Frans Guyana staat tot op de dag van vandaag onder het bestuur van moederland Frankrijk.
Suriname werd op 25 november 1975 een onafhankelijk republiek.

 
 


Kolonisatie van Suriname

Suriname wordt in 1499 door de Spaanse zeevaarder Alonso de Ojeda ontdekt. Daarna komen er Spanjaarden en Portugezen naar het gebied om naar goud te zoeken en vanaf 1595 ook Engelsen. Ze stichten nederzettingen waar ze handel drijven met de Surinen, Indianen in het gebied en ze leggen plantages aan om suikerriet, koffie en katoen te verbouwen. In 1613 stichten Nicolaas Baliestel en Dirck Claasz van Sanen een Nederlandse nederzetting aan de Surinamerivier. Deze nederzetting wordt later de stad Paramaribo.

De Surinen worden uit hun woongebied verdreven en als slaven te werk gesteld op de plantages. Ze zijn niet bestand tegen het zware werk dat ze daar moeten doen en veel slaven sterven. Nog meer indianen sterven aan besmettelijke ziekten die de kolonisten meebrengen. De Surinen sterven dan ook bijna helemaal uit. Om aan nieuwe slaven te komen, laten de planters vanaf 1650 negerslaven uit West-Afrika komen. Europese en vooral Nederlandse handelaren kopen slaven in Afrika en verkopen die door aan de planters.

In de 17e eeuw is Suriname dan weer een Engelse, dan weer een Nederlandse kolonie. In 1667 echter komt Suriname onder Nederlands bestuur. Nederland is dan in oorlog met Engeland. Admiraal Crijnssen verovert het land en eist die op voor de  staat Zeeland, één van de Republieken der Nederlanden. Een fort dat door de Engelsen bij Paramaribo is gebouwd, noemt hij Fort Zeelandia. In hetzelfde jaar sluiten Nederland en Engeland vrede en stemt Engeland er in toe dat Nederland Suriname mag houden. In ruil hiervoor draagt Nederland een andere kolonie over aan Engeland, Nieuw-Amsterdam in Noord-Amerika. Die heet voortaan New York. Na de overdracht wordt “Suriname” officieel de naam van de kolonie. De naam is afgeleid van “Surinen”.

Vanaf 1682 staat Suriname onder beheer van de West-Indische Compagnie. De economie draait op de uitvoer van koffie, katoen en vooral suikerriet. Maar na 1770 komt ook uit landen in Azië suikerriet op de markt. Bovendien worden plantages telkens aangevallen door bendes van weggelopen slaven die zich in het oerwoud schuilhouden. Ten slotte wordt er steeds meer suiker verkregen uit de teelt van suikerbieten in Europa. Steeds meer plantages worden gesloten en steeds meer mensen verdienen hun brood door het aftappen van latex van rubberbomen in het oerwoud. Maar als de uitvoer van latex uit Suriname kleiner wordt door concurrentie uit Malakka (= deel van Maleisië) gaat de economie nog verder achteruit. Intussen groeit er in Europa verzet tegen de slavernij. In steeds meer landen wordt die afgeschaft. Nederland doet dat in 1863. Wel worden de vrijgelaten slaven verplicht om tot 1873 op de plantages te werken. Daarna zijn er nieuwe arbeidskrachten nodig. Het koloniale bestuur begint dan contractarbeiders te werven in India. Deze arbeiders en hun afstammelingen worden Hindoestanen genoemd. De Engelse koloniale bestuurders in India werken het werven van contractarbeiders echter steeds meer tegen en verbieden het in 1916 helemaal. Planters laten vanaf 1890 ook uit Oost-Indië arbeiders overkomen. Die zijn van Chinese of Javaanse afkomst. De economie van Suriname raakt weer uit het slop als er goud wordt gevonden en bauxiet, waar aluminium uit wordt gehaald. In 1922 begint een Amerikaans bedrijf, Alcoa, het bauxiet te winnen. Ook een Nederlands bedrijf genaamd Billiton opent bauxietmijnen. Deze grondstof wordt het voornaamste exportartikel van Suriname, en dus een grote bron van inkomsten voor Nederland. Andere bedrijven beginnen in het oerwoud bomen te kappen om aan tropisch hardhout te komen. Ook dat wordt een belangrijk exportproduct.